maandag 7 oktober 2013

Architecten over het opleiden van architecten: Peter Zumthor

"TEACHING ARCHITECTURE, LEARNING ARCHITECTURE"

"Young people go to university with the aim of becoming architects, of finding out if they have got what it takes. What is the first thing we should teach them?
First of all, we must explain that the person standing in front of them is not someone who asks questions whose answers he already knows. Practicing architecture is asking oneself questions, finding one's own answers with the help of the teacher, whittling down, finding solutions. Over and over again.
The strength of a good design lies in ourselves and in our ability to perceive the world with both emotion and reason. A good architectural design is sensuous. A good architectural design is intelligent.

We all experience architecture before we have even heard the word. The roots of architectural understanding lie in our architectural experience: our room, our house, our street, our village, our town, our landscape - we experience them all early on, unconsciously, and we subsequently compare them with the countryside, towns, and houses that we experience later on. The roots of our understanding of architecture lie in our childhood, in our youth; they lie in our biography. Students have to learn to work consciously with their personal biographical experiences of architecture. Their allotted tasks are devised to set this process in motion.
We may wonder what it was that we liked about this house, this town, what it was that impressed and touched us - and why. What was the room like, the square, what did it really look like, what smell was in the air, what did my footsteps sound like in it, and my voice, how did the floor feel under my feet, the door handle in my hand, how did the light strike the facades, what was the shine on the walls like? Was there a feeling of narrowness or width, of intimacy or vastness?
Wooden floors like light membranes, heavy stone masses, soft textiles, polished granite, pliable leather, raw steel, polished mahogany, crystalline glass, soft asphalt warmed up by the sun... the architect's materials, our materials. We know them all. And yet we do not know them. In order to design, to invent architecture, we must learn to handle them with awareness. This is research; this is the work of remembering.

Architecture is always concrete matter. Architecture is not abstract, but concrete. A plan, a project drawn on paper is not architecture but merely a more or less inadequate representation of architecture, comparable to sheet music. Music needs to be performed. Architecture needs to be executed. Then its body can come into being. And this body is always sensuous.
All design work starts from the premise of the physical, objective sensuousness of architecture, of its materials. To experience architecture in a concrete way means to touch, see, hear, and smell it. To discover and consciously work with these qualities - these are the themes of our teaching.
All the design work in the studio is done with materials. It always aims directly at concrete things, objects, installations made of real material (clay, stone, copper, steel, felt, cloth, wood, plaster, brick). There are no cardboard models. Actually, no "models" at all in the conventional sense, but concrete objects, three-dimensional works on a specific scale.
The drawing of scale plans also begins with the concrete object, thus reversing the order of "idea - plan - concrete object", which is standard practice in professional architecture. First the concrete objects are constructed; then they are drawn to scale.

We carry images of works of architecture by which we have been influenced around with us. We can re-invoke these images in our mind's eye and re-examine them. But this does not yet make a design, new architecture. Every design needs new images. Our "old" images can only help us to find new ones.
Thinking in images when designing is always directed towards the whole. By its very nature, the image is always the whole of the imaged reality: wall and floor, ceiling and materials, the moods of light and color of a room, for example. And we also see all the details of this transitions from the floor to the wall and from the wall to the windows, as if we were watching a film.
Often however, they are not simply there, these visual elements of the image, when we start on a design and try to form an image of the desired object. At the beginning of the design process, the image is usually incomplete. So we try repeatedly to re-articulate and clarify our theme, to add the missing parts to our imagined picture. Or, to put it another way: we design. The concrete, sensuous quality of our inner image helps us here. It helps us not to get lost in arid, abstract theoretical assumptions; it helps us not to lose track of the concrete qualities of architecture. It helps us not to fall in love with the graphic quality of our drawings and to confuse it with real architectural quality.
Producing inner images is a natural process common to everyone. It is part of thinking. Associative, wild, free, ordered, and systematic thinking in images, in architectural, spatial, colorful, and sensuous pictures - this is my favorite definition of design."

Fragment uit de publicatie:
Peter Zumthor, "Thinking Architecture", (2e editie) 2006, Bazel, Zwitserland, p 65-69.

Peter Zumthor bij de door hem ontworpen Serpentine Gallery Pavilion, London, 2011
Bron: Polis - Fotocredits: Chris Osburn & Kemey Lafond.

woensdag 2 oktober 2013

Mirna Koghee oogst lof bij bni-prijs 2013

Mirna Koghee, jongstleden juli afgestudeerd aan de masteropleiding Interieurarchitectuur en daarmee behorend tot de eerste lichting interieurarchitecten van de masteropleiding bij ArtEZ, kreeg veel lof toegezwaaid van de jury van de bni-prijs 2013. De Beroepsverening Nederlandse Interieurarchitecten (bni) organiseert jaarlijks de bni-prijs als stimulans voor net afgestudeerde, jonge, talentvolle ontwerpers.
Twee afgestudeerden van ArtEZ waren genomineerd: Isabel Friederichs was genomineerd voor de bachelors en Mirna Koghee deed mee met de masters.

Mirna had als afstudeerplan onderzocht hoe een ruimte de zintuigen kan stimuleren en welke effecten dit heeft op de ervaring van de ruimte. In het juryrapport schrijft de jury: "De jury heeft zich met plezier onderworpen aan dit project en kan Mirna alleen maar feliciteren voor de wijze waarop ze hen op reis heeft genomen door dit project heen. De presentatie van het onderzoek, zowel het experiment als de grafische uitwerking en de maquettes, wekte de nieuwsgierigheid op."

De jury speculeert over een vervolg: ".. de jury [is] van mening dat er een groot potentieel aanwezig is dat nog verder geëxploreerd kan worden. Naast het afblokken van het zicht, zou ook het één voor één afblokken van de andere zintuigen onderzocht kunnen worden, alsook het afblokken van verschillende zintuigen in diverse combinaties. Om dan te onderzoeken hoe een ruimte ervaren wordt.
De jury ziet in het project, naast het brainstormtool, dan ook een didactisch instrument om de verbeelding en de creativiteit van (jonge) ontwerpers te stimuleren."

De jury besluit haar commentaar met een advies: "Dit project tast de grenzen af van wat interieurarchitectuur is en komt daardoor in aanraking met onderzoeksdomeinen uit de menswetenschappen. De jury raadt Mirna aan een interdiscipinair onderzoeksteam samen te stellen om het potentieel van toepassingen verder te exploreren en vorm te geven."



Onderdeel van de inzending van Mirna Koghee.

Toelichting op de brainstormruimte van Mirna Koghee


zaterdag 28 september 2013

Quatremère de Quincy in de bergen

Bouwen in de bergen spreekt bij ons Nederlanders, als bewoners van een platte delta, sterk tot de verbeelding. In de "links" onderaan deze blogpost wordt verwezen naar twee projecten in de Alpen die een vrijwel tegenovergestelde benadering kiezen. In het ene geval wordt een geprefabriceerde capsule boven op een berg gemonteerd; in het andere wordt een villa volledig in de berg in gegraven.


zondag 15 september 2013

De atmosfeer van lucht

Lucht is lucht, zou je zeggen, als je er niet teveel over nadenkt. 's Morgens bij het wakker worden, is lucht niet iets waar je lang bij stilstaat, áls je er al bij stil staat. Lucht is een vanzelfsprekend gegeven, zoals ademen, je hartslag en zoveel meer dingen.
Het kan ook heel anders zijn. Voor de slachtoffers van de gasaanval in Syrië was lucht niet zomaar meer lucht. Lucht, de vanzelfsprekende levensadem, was verraden, vervuild, vergiftigd. Nauwelijks waarneembaar, dat vergif in de lucht, maar met dodelijk effect.

Maar laten we proberen deze afschuwelijk zaken hier even terzijde te leggen en terug te komen op de eerste woorden: lucht is lucht. Zelfs als lucht lucht is, kan er toch nog verschil worden gemaakt tussen 'gewone' lucht en bijvoorbeeld verwarmde lucht waarmee een luchtballon kan opstijgen. Of, een ander voorbeeld, 'kunstzinnige' lucht, zoals die momenteel is in te ademen in het meest recente project van Christo in de Gasometer in Oberhausen. Het begrip 'Gasometer' klinkt in deze context wellicht verdacht, maar is gelukkig alleen maar de naam van het bouwwerk: de lege gashouder.




De Gasometer in Oberhausen.
De kunstenaar Christo is vooral bekend van het inpakken van gebouwen, bruggen, eilanden en wat dies meer zij. In het geval van de Gasometer is niet het gebouw ingepakt, maar - om het krom te zeggen - de binnenkant. Christo heeft als het ware een gigantische ballon in de Gasometer opgeblazen. De binnenzijde van de "Big Air Package", zoals het officieel heet, is te betreden. En, om het maar direct te verklappen, het effect is overweldigend.









Door de ronde vormen en de uniforme witte kleur van het materiaal zijn er amper aanknopingspunten om de maat van de ruimte te bepalen. Het is als een helderwitte schemering waarin je pas na goed kijken contouren en vormen gaat herkennen. De Big Air Package wordt aan de bovenzijde via daklichten verlicht. Als er een wolk voor de zon schuift, is dat in de gehele ruimte direct te ervaren. Ook het geluid draagt  bij aan het vervreemdende effect. Er heerst in de binnenruimte een serene rust; de geluiden sterven op een gedempte manier weg. Alleen bij hardere geluiden klinkt een zachte echo.

Blik omhoog, tussen de buitenwand van de Gasometer en de Big Air Package.

De bijzondere atmosfeer in de Big Air Package dringt via alle zintuigen het lichaam binnen, net zoals de lucht die je inademt. In deze ruimte lijkt het of lucht toch niet zomaar lucht is, maar de drager van een bijna onaardse atmosfeer.



Ko Jacobs

zondag 8 september 2013

Opening studiejaar 2013-2014 | Master Architectuur

Het was als een tijdscapsule; ineens stonden we allemaal in 1941, in een door de Duitsers opgetrokken nepboerderij waar sinds de bouw eigenlijk niets aan veranderd was. Hans Jungerius van Stichting GANG had ons naar binnen geleid en bracht met zijn verhalen de 'Fliegerhorst Deelen', één van de grootste Duitse vliegvelden uit de Tweede Wereldoorlog, weer tot leven. Tijdens een wandeling over het terrein van het voormalige vliegveld liet hij sporen zien van de oude taxibanen, vliegtuighangars en spoorlijnen. De gebouwen die bij het Duitse vliegveld hoorden, waren allemaal gebouwd als kleine boerengehuchten, zodat ze door de geallieerde bommenwerpers niet als vijandige bebouwing herkend zouden worden.



De wandeling maakte deel uit van de start van studiejaar 2013-2014 van de master Architectuur. Vóór de wandeling hadden de hoofddocenten van de ontwerpateliers hun studieopgaves toegelicht.
Roeland Dudal van Architecture Workroom en Barbara Lippens (beiden uit Brussel) vertelden over de dringende behoefte aan goede schoolgebouwen in de kanaalzone westelijk van het centrum van Brussel.
Peter Defesche van OD205 (Delft) presenteerde zijn actuele opgave voor wonen en zorg. Hij gaat het atelier samen met Marc Reniers van M3H (Amsterdam) begeleiden.
Beide ateliers vormen het ontwerpprogramma van het 2e en 3e studiejaar. Voor het eerste studiejaar vertelden Gert Anninga en Lars van Es over hun ontwerplaboratorium "Materiaal".


Schetsen gemaakt door Johan Meeus (docent Landschap) tijdens
de wandeling over Buitenplaats Koningsweg.
Na de wandeling kregen Bas Driesen en Thijs van Spaandonk het woord over het onderzoeksprogramma in het 3e jaar. Nu de zes Academies van Bouwkunst een netwerklectoraat hebben, is het 3e jaars onderzoeksprogramma gekoppeld aan jaarthema van het lectoraat: het metabolisme van de stad. Dit thema is weer een uitwerking van het onderwerp van de IABR 2014: Urban by Nature. Beoogd wordt om de resultaten van het 3e jaars programma te presenteren op de IABR 2014.



Aansluitend kregen de studenten het woord. Maike Wichern vertelde over haar belevenissen bij de workshop "de week van het lege gebouw", waarbij de voormalige behuizing van Europol in Den Haag onder de loep werd genomen op mogelijkheden voor reconversie en hergebruik.
Koen Geraedts en Niels Metitawaer vertelden over de summerschool in Straatsburg: "No Man's Land, No Man's Water" (zie de blogpost van 22 augustus 2013). Hun verslag was niet minder dan een uitnodigend advies aan de andere studenten om in ieder geval één keer in je studietijd van zo'n prachtige mogelijkheid als een internationale workshop gebruik te maken.

De dag werd afgesloten met een barbecue verzorgd door Dynamic Food, één van de 'bewoners' van Buitenplaats Koningsweg. De weg terug naar huis was als de landing van de tijdscapsule; we stonden weer met beide voeten op aarde in onze eigen realiteit.

Ko Jacobs
Schetsen van Johan Meeus.