zondag 27 januari 2013

Plein13 - Presentatie

Een straffe, noordoosten wind, een paar graden vorst en 's morgens stonden de ijsbloemen op de binnenkant van het slaapkamerraam. Die bloemen waren wonderlijk gevormd en telkens weer anders. Toen, bijvoorbeeld in de strenge winter van 1963, was het ijs niet alleen buiten, op de sloten en de vijvers, maar ook binnen op de ramen, voordat de kachel flink werd opgestookt. Nu houdt het dubbele glas de vorst letterlijk buiten de deur.

De verwondering over ijs, de vormen en structuren van ijskristallen, was duidelijk terug te vinden in de presentatie van de workshops van Plein13. Niet eerder waren de vorst, de winter, het ijs en de sneeuw zo nadrukkelijk aanwezig in de producten van het Plein. Achteraf gezien misschien ook niet zo vreemd; op de dagen van de workshop kwam het kwik niet boven 0˚C. En de sneeuwdeken op het terrein rond het gebouw De Transformatie vormde een uitnodigend decor voor waarneming en experiment.

Dit gold nog wel het meest voor de presentatie van de workshop '8Billion City', waarin prachtige video-opnamen van ijsstructuren een utopische skyline van een stad verbeeldden. De projectie van deze skyline samen met beelden van smeltende suikertorens en diep ingezoomde organische en blobachtige structuren, riepen een verleidelijke, futuristische wereld op om in weg te dromen.

Workshop Zwarte gaten en zeepbellen.
Foto Moniek Otten
Ook in de workshop 'Zwarte Gaten en Zeepbellen' speelde de kou een rol. De studenten hadden met speciaal isolatiefolie pakken ontworpen die de barre kou konden trotseren. Tenminste, zo lang ze het traditionele advies om kou te bestrijden - "share bodily warmth" - maar negeerden, want als het folie de huid raakt, gaat de isolerende werking direct verloren. Dit inzicht leidde weer tot ingenieuze 'constructies' op en rond het lichaam.

De kelder van De Transformatie was het domein van de workshop 'Onvindbaar'. Hier werd doorgeborduurd op thema's als onzichtbaarheid, (tijdelijke) verhulling, maskers en "je ziet niet wat je ziet". Vervreemding van dagelijkse objecten door ongebruikelijke materialen zette de oppervlakkige beschouwer op het verkeerde been. Ook hier speelden de eigenschappen van materialen (en hun verschillende toestanden, zoals bij ijs en water) een belangrijke rol.

In de discussie na de presentaties van de workshops werd gereflecteerd op de thema's van Plein13: lichtheid en utopie. Over lichtheid was iedereen het eens; in allerlei vormen en verschijningen was dat in het proces ervaren door de studenten en terug te zien in de producten. Het begrip utopie leidde tot meer discussie. Wel werd duidelijk dat "dé utopie" niet (meer) bestaat. Voor studenten architectuur is het tegelijkertijd wel goed zich bewust te worden van hun 'individuele utopie', omdat het beeld van de utopie een compas kan vormen voor hun ontwikkeling en de positie die ze willen innemen in het veranderende werkveld. Dat huidige werkveld werd - met een knipoog naar de publicatie van Freeman Dyson - "Infinite in all directions" genoemd.

In het nagesprek bij de borrel diende zich, zoals gebruikelijk, de mooiste conclusie aan. Na discussies over utopie, dystopie en heterotopie, werd het onderwijsmodel van het Plein als een bijzondere onderwijs-heterotopie gekarakteriseerd. Een tijdelijk, eenmalig en afgezonderd verblijf dat geen sporen nalaat; een lokatie waar aan wordt gesloopt en verbouwd en die morgen in een andere conditie verkeerd; een ritueel (inwijdings)proces in de ontwikkeling tot het beroep; allemaal kenmerken die passen in wat onder een heterotopie wordt verstaan. Uiteindelijk waren de docenten het hierover eens: het Plein is een unieke onderwijsformule die de Academie van Bouwkunst moet blijven koesteren.

Plein13 is voorbij. Wat nu rest is de productie van een (digitale?) publicatie van de workshops. Die zal naar verwachting over enkele maanden zijn gerealiseerd.

Ko Jacobs




donderdag 24 januari 2013

dinsdag 15 januari 2013

Plein13: Lichtheid & Utopia


Zaterdag 12 januari was de aftrap van Plein13. 'Plein' is het jaarlijkse januariprogramma van de masteropleiding architectuur. Het programma is een op zichzelf staande onderwijsactiviteit met jaarlijkse wisselende onderwerpen. Tijdens de startbijeenkomst gaf gastcurator Martine de Wit, architect van DUS architects uit Amsterdam, een toelichting op het thema van Plein13 en op de opzet van de workshop. Net als vorig jaar is gekozen voor een lokatie buiten de Academie waar de studenten bijna vijf dagen (en nachten) in afzondering zullen werken aan hun projecten.



Lichtheid & Utopia, zo werd tijdens de openingsbijeenkomst opgemerkt, zijn geen begrippen die direct in elkaars verlengde liggen. Een utopie heeft vaak juist iets zwaars door de volledigheid waarnaar wordt gestreefd in de voorstelling die ervan wordt gegeven. Maar beide begrippen hebben voor Plein13 wel een gemeenschappelijke basis: de poging om even te ontsnappen aan de (momenteel) relatief sombere werkelijkheid van alledag.
Onderwijscoördinator Bob Zanders en gastcurator Martine de Wit hebben drie docentenkoppels uitgenodigd die ieder met een andere invalshoek het thema gaan benaderen.



Arne Hendriks en Ronald van Tienhoven vertelden dat ze willen voortbouwen op het project 8Billion City waar Arne met andere kunstenaars aan werkt. Terwijl Arne een sterk conceptmatig benadering hanteert op basis van de centrale vraag "What if?", heeft Ronald een meer cultuurbeschouwende invalshoek.
Ralph Brodrück hield een inleiding waarbij hij al onze zekerheden op de helling zette. Het antwoord op de vraag naar wat realiteit of 'een ding' nou precies is, blijkt niet door ons (zogenaamde) rationele denken of onze (onzuivere) empirische waarneming gegeven te kunnen worden. Voor zijn workshop Zeepbellen en zwarte gaten werd zelfs de relativiteitstheorie van Einstein aan de kant geschoven. De mede-docent van Ralph, Gerald Lindner, was zeer concreet. Hij liet in zijn presentatie veel ingenieuze oplossingen zien. De opdracht voor de studenten blijft geheim tot het begin van de workshop woensdagmiddag 16 januari.
Sarah van Sonsbeeck introduceerde het thema van de onvindbaarheid. Is het mogelijk te ontsnappen aan alle signalen die de ether vullen? Hoe dan en waar? Of wil je juist heel goed vindbaar zijn? Allemaal vragen voor de studenten die in de workshop aan de orde zullen komen. En die, benadrukte Sarah, tot producten moeten leiden. Want er zal veel gemaakt worden. Dat een snelle opeenvolging van veel beelden de indruk van zichtbaarheid wekt, maar ook weer tot onzichtbaarheid leidt, liet Borre Akkersdijk zien. In een videoclip die hij vertoonde, had niemand in de zaal Borre gezien, terwijl hij zichzelf toch 21 keer voorbij had zien komen.


De workshops lopen van 16 tot en met 20 januari.
Een week later, op vrijdag 25 janauri, van 13.00 - 17.00 uur, is de presentatie van de workshops in het gebouw 'De Transformatie', Van Oldebarneveldtstraat 90 - 92, Arnhem.


Ko Jacobs

maandag 14 januari 2013

uitnodiging presentatie Case-study master interieurarchitectuur 1 februari 2013


Met plezier nodigen wij u uit voor de presentatie van de Capsa Sensibus waarmee we de Case-study 1.0 Program of Experience afronden. 













De case-study is een belangrijk onderdeel van de masteropleiding interieurarchitectuur van ArtEZ. In de case-study werken studenten met elkaar samen aan een ontwerpend onderzoek. Bijvoorbeeld een programma van mogelijkheden in een opgave van hergebruik of onderzoek naar collectief opdrachtgeversschap. Bij deze case-study worden ook andere disciplines betrokken, zoals een omgevingspsycholoog, een beeldend kunstenaar of een sociaal demograaf. In de case-study werken studenten voor een reële opdrachtgever.

Initiatiefnemers voor het onderzoek in de case-study 1.0, Program of Experience, zijn Tineke Groen en Ellen Schild van Studio Groen+Schild. Die, vanuit de behoefte die zij zelf ervaren in de praktijk, samenwerking hebben gezocht met ArtEZ. Drie studenten van de master opleiding Interieurarchitectuur hebben in de vorm van een Case Study anderhalf jaar gewerkt aan een instrument waarmee het programma van ervaringen bij grote gebruikersgroepen in kaart kan worden gebracht. Op experimentele wijze hebben zij een onderzoekend ontwerpproces doorlopen, met de Capsa Sensibus als resultaat.

Presentatie Case-study 1.0
kantine Rhijnvis Feithlaan 50, Zwolle
Vrijdag 1 februari 15.30

Aanmelden voor het evenement doet u door een mail te sturen naar capsasensibus@gmail.com.

Graag verwelkomen we u op het evenement.

Daphne van Rosmalen
Robert van Middendorp
Mirna Koghee
Studenten master Interieurarchitectuur

Ingrid van Zanten
coördinator Interieurarchitectuur | ArtEZ Hogeschool voor de kunsten

zondag 28 oktober 2012

Eindexamenexpositie Master Architectuur 2012


"Hogere ambachtsschool voor houtconstructies" te Amersfoort
ontwerp: Johan Hofman

"Sharia", moskee te Amsterdam
ontwerp: Johan van Ee

Vrijdagavond 19 oktober werd de eindexamenexpositie van de masteropleiding Architectuur geopend. Vijf plannen worden geëxposeerd in het trappenhuis van het Rietveldgebouw. Twee afgestudeerden die wel tot de lichting van 2012 behoren, Ursula Brouwer en Joost Pothast, doen om persoonlijke redenen niet mee aan de expositie.
Net zoals vaak het geval is bij afstudeerprojecten, zijn ook deze plannen sterk vanuit een persoonlijke gedrevenheid of de betrokkenheid bij een onderwerp tot stand gekomen. Bij sommigen ligt die betrokkenheid meer binnen de discipline van het ontwerpen en bouwen, zoals bij Johan Hofman en Joost Pothast. 
Johan ziet een teloorgang van het ambachtelijke bouwen en wil met zijn nieuwe ambachtsschool een statement maken om juist door het intensief werken met hout - een materiaal dat ongekende mogelijkheden biedt - nieuwe vormen van ambachtelijkheid in het bouwen terug te brengen. 
Bij Joost is een diepe betrokkenheid bij het thema hergebruik. Zijn paviljoen op IJburg is opgebouwd uit hergebruikte materialen en biedt de mogelijkheid te groeien volgens een modulair basissysteem waarop het ontwerp is gebaseerd.  
Bij anderen is er een andere drijfveer om tot een bepaalde opgave te komen. Zo ontfermt Mattijs Loor zich over een gebouwencomplex dat nondescript zou kunnen worden genoemd, mede als gevolg van de lange geschiedenis van verbouwingen en aanbouwen. In plaats van sloop en nieuwbouw wil Mattijs laten zien dat ook dergelijke complexen nog een tweede of derde leven hebben. Hij doet dit door een grondige analyse, een zorgvuldige programmering en een reeks slimme ingrepen, die de ruimtelijke structuur verbeteren. 
Jorrit Hulshof heeft een unieke geologische situatie bij Winterswijk ontdekt - een oude kalksteengroeve - die volledig ontoegankelijk dreigt te worden. Om deze unieke plek juist wel voor publiek open te stellen, ontwerpt Jorrit een informatiecentrum met expositieruimtes die in hun ontwerp de structuur van de groeve volgen en die daarmee de geologische opbouw inzichtelijk maken. 

"Terra Temporalis" te Winterswijk
ontwerp: Jorrit Hulshof
Het ontwerp van de moslim Johan van Ee voor een moskee in Amsterdam onder de naam "Sharia" wil ontsnappen aan de formalistische discussie over de verschillende gebouwonderdelen van moskeeën die in bepaalde regio's gebruikelijk zijn geworden. Johan wil terug naar oorspronkelijke uitgangspunten voor het islamitische gebedshuis (vandaar zijn titel "Sharia"). Hij verbindt dat met andere gebruikstoepassingen die een dergelijk religieus centrum voor de islamitische gemeenschap heeft. Het ontwerp van Johan is daarbij ruimtelijk zeer ver doorontwikkeld tot en met bijzondere materiaaldetailleringen.
"Wonen is de wijze waarop wij stervelingen op aarde zijn", het ontwerp van Ursula van Schaik-Brouwer, is zonder twijfel het gevolg van het ongeluk dat haar man heeft gehad en als gevolg waarvan hij de rest van zijn leven in een rolstoel zal moeten doorbrengen. Het ontwerp toont haar diepe persoonlijke betrokkenheid en tegelijkertijd is ze in staat om met een verfrissende inventiviteit de architectonische omgeving én de architectonische beleving vanuit het perspectief van de rolstoel een nieuwe impuls te geven.
Ron Verduijn tenslotte zet in zijn ontwerp muziek (zijn tweede veld van expertise) en cultuur in om een 'barbaarse' lokatie om te vormen tot een plek van bezinning. De beschavende werking die van zijn ingrepen moet uitgaan wordt vooral bereikt door 'weg te halen'. Dat wil zeggen, uit het binnenste van de beruchte Duitse bunker "Diogenes" ten noorden van Arnhem, haalt Ron vloeren en muren weg om nieuwe ruimtelijke effecten te creëren. De nieuwe ruimtelijkheid wordt gevuld met kunst en muziek. Cultuur als wapen tegen anti-cultuur, aldus Ron.

"Al doende leert het" te Arnhem
ontwerp: Mattijs Loor



"Diogenes" te Arnhem
ontwerp: Ron Verduijn

De expositie wordt op vrijdagavond 2 november afgesloten met de diploma-uitreiking. Tevens wordt dan bekend gemaakt welk plan zal worden ingezonden naar de Nederlandse Archiprix.

Links:

maandag 22 oktober 2012

Architecten over het opleiden van architecten [1]: Louis I. Kahn

Van oudsher zijn architecten nauw betrokken geweest bij het opleiden van de volgende generaties architecten. Met de opleidingen Architectuur en Interieurarchitectuur van ArtEZ Academie van Bouwkunst willen we uitspraken verzamelen van architecten en interieurarchitecten over het opleiden van nieuwe vakgenoten. Behalve dat we zelf op zoek zullen gaan naar uitspraken en citaten willen we de lezers van deze weblog ook vragen om suggesties of uitspraken (met bronvermelding) aan ons door te geven. Dat kan per emial via: academievanbouwkunst@artez.nl.

Om te beginnen volgt hier een citaat van Louis I. Kahn - actueel door de grote overzichtstentoonstelling die tot 6 januari 2013 in het NAi te zien is.
Louis Kahn sprak in het voorjaar van 1968 met studenten van Rice University School of Architecture (Houston) over verschillende thema's in de architectuur. Een neerslag van die gesprekken verscheen een jaar later onder de titel "Louis I. Kahn - Conversations with Students", uitgegeven door Rice University en Princeton Architectural Press (1e editie 1969, 2e editie 1998). Op de pagina's 30 - 33 vertelt Louis Kahn over 'teaching architecture'.

"We were talking earlier this afternoon
Of the three aspects of teaching architecture.
Actually, I believe that I do not really teach architecture,
But that I teach myself.
These, however, are the three aspects:
The first aspect is professional.
As a professional you have the obligation of
learning your conduct in all relationships . . .
in institutional relationships,
and in your relationship with men who
entrust you with work.
In this regard, you must know the distinction
between science and technology.
The rules of aesthetics also constitute professional knowledge.
As a professional, you are obliged to translate
the program of a client into that of the spaces of
the institution this building is to serve.
You might say it is a space-order,
or a space-realm of this activity of man
which is your professional responsibility.
A man should not take the program
and simply give it to the client
as though he were filling a doctor's prescription.

Another aspect is training a man to express himself.
This is his own prerogative.
He must be given the meaning of philosophy,
the meaning of believe, the meaning of faith.
He must know the other arts.
I used examples which I maybe have used too many times,
but the architect must realize his prerogative.
He must know that a painter can turn people upside down,
if he wants to, because the painter does not have to
answer to the laws of gravity.
The painter can make doorways smaller than people;
he can make skies black in the daytime;
he can make birds that can't fly;
He can make dogs that can't run, because he is a painter.
He can paint red where he sees blue.
The sculptor can place square wheels on a cannon
to express the futility of war.

An architect must use round wheels,
and he must make his doorways bigger than people.
But architects must learn that they have other rights . . .
their own rights.
To learn this, to understand this,
is giving the man the tools for making the incredible,
that which nature cannot make.
The tools make psychological validity,
not just physical validity,
because man, unlike nature, has choice.

The third aspect you must learn
is that architecture really does not exist.
Only a work of architecture exists.
Architecture does exist in the mind.
A man who does a work of architecture
does it as an offering to the spirit of architecture . . .
a spirit which knows no style,
knows no techniques, no method.
It just waits for that which presents itself.
There is architecture, and it is the embodiment
of the unmeasurable.
Can you measure the Parthenon?
No. This is sheer murder.
Can you measure the Parthenon,
that wonderful building which satisfies the institution of man?

When Hadrian thought of the Pantheon,
he wanted a place where anyone could come to worship.
How marvelous is this solution.
It is a non-directional building,
not even a square, which would give, somehow,
directions and points and corners.
There was no chance to say that
there is a shrine here, or there. No.
The light from above is such that you can't get near it.
You just can't stand under it;
it almost cuts you like a knife. . .
and you want to stay away from it.

What a terrific architectural solution.
This should be an inspiration for all architects,
such a building
so conceived."


Louis Kahn in gesprek met studenten.
Afbeelding: p. 34 uit "Louis I. Kahn, Conversations with Students",
Houston (Architecture at Rice Publications / Princeton Architectural Press), 1969 (1998).